Onderwijsaanbod

Voor wie praktijkonderwijs

De leerlingen 

De leerlingen die in deze afdeling onderwijs volgen, zijn tussen de 12 en 17 jaar oud. Deze leerlingen hebben moeite met het verwerven van kennis, inzichten en vaardigheden, zodat ze op het regulier voortgezet onderwijs onvoldoende geholpen kunnen worden. De ontwikkeling van deze leerlingen verloopt anders en soms hebben ze moeite om aansluiting te vinden bij leeftijdsgenoten. De meeste leerlingen komen vanuit het speciaal onderwijs, maar er zijn ook leerlingen die direct van de reguliere basisschool komen. De meeste van hen hebben moeite met het verwerven van schoolse vaardigheden, zoals rekenen, lezen en taal. Het komt ook voor dat leerlingen problemen hebben met hun sociaal-emotionele ontwikkeling. 


Plaatsing 

Plaatsing binnen het praktijkonderwijs wordt mede bepaald door het resultaat van een toets: het eindonderzoek van het (speciaal) onderwijs of een didactisch onderzoek, bijvoorbeeld de NIO-test. Naast deze toets spelen leerlingkenmerken een belangrijke rol, bijvoorbeeld het functioneren ten opzichte van anderen en de mate van sociale weerbaarheid.


Aanmelding en toelatingsprocedure 

Wanneer ouders in overleg met de huidige school tot de conclusie komen dat hun kind het meest gebaat is bij praktijkonderwijs, dan vindt aanmelding plaats op de locatie Krabbendijke Appelstraat. De school waarop uw kind nu onderwijs volgt, verzendt het dossier dat bestaat uit het aanmeldingsformulier, het Onderwijskundig Rapport, het ouderformulier en de uitslagen van toetsen en testen. Over de inhoud van het dossier wordt u op de hoogte gesteld. Tussen de toeleverende school en het Calvijn College bestaat veelal overleg over de beste vervolgweg voor de leerling. Lees hier over de rol van de centrale dienst leerlingenzorg (CDL).


De toelating tot het praktijkonderwijs staat open voor alle leerlingen die voldoen aan de volgende criteria:

  • Twee, drie of vier leerachterstanden, elk op een van de vier* gebieden van meer dan 3 jaar;
  • Het IQ is 60 t/m 75**

*De leerachterstanden kunnen voorkomen in technisch lezen, begrijpend lezen, spelling en rekenen/wiskunde.
** In sommige gevallen worden ook leerlingen toegelaten met een IQ tussen 55 en 60 ( sociaal- emotionele problemen) en tussen 75 en 80 ( opvallende leerachterstanden) Tijdens de voorlichtingsavond wordt u nader geïnformeerd. 


Onze visie op het onderwijsprogramma van het pro 

Met het praktijkonderwijs hebben we een duidelijk doel voor ogen. Naast de algemene uitgangspunten en doelstellingen die onze school als geheel positioneren, heeft het praktijkonderwijs een omschreven visie, die in een bepaalde richting stuurt. In het pro leert men door te doen. Het is een op de praktijk afgestemde opleiding, waar praktische vaardigheden en zelfredzaamheid als voorbereiding op arbeid en maatschappij centraal staan. Daarnaast wordt er doelbewust gewerkt aan religieuze en persoonlijke vorming, sociale vaardigheden en vrijetijdsbesteding. Arbeidsvoorbereiding in de vorm van oriëntatie, training en begeleiding is een belangrijk onderdeel. Dit wordt per leerling afgestemd door individuele trajecten samen te stellen. Ons doel is goed opgeleid personeel voor eenvoudig en routinematig werk af te leveren. Verder is de school een schakel tussen vervolgonderwijs en bemiddelende instanties die zich bezighouden met scholing en begeleiding van het arbeidstraject.


Het onderwijs 

Het onderwijsprogramma is zoveel mogelijk afgestemd op de hiervoor omschreven visie, de grondslag van de school en de individuele mogelijkheden van de leerling. In het onderwijsprogramma neemt godsdienstonderwijs een centrale plaats in. Algemeen vormende vakken zoals Nederlands, lezen en rekenen worden zoveel mogelijk op het niveau van de groep of in groepjes gegeven.


Deze vakken stemmen we af op het praktische nut dat het later voor de leerling zal opleveren. We proberen steeds zo praktisch mogelijk bezig te zijn en alles zo concreet mogelijk voor te stellen. Ook is het mogelijk dat een leerling geholpen wordt met remedial teaching. Verder is er een begeleidingsteam (BGT) dat het leerproces van de individuele leerling volgt en ondersteunt, handelingsadviezen geeft en de begeleiding coördineert. Maatschappijleer wordt meestal klassikaal gegeven en wordt getoetst door middel van overhoringen. Verder wordt er lichamelijke opvoeding en informatica gegeven. Bij de praktische vakken, die binnen pro het zwaarste accent hebben, beginnen we bij het niveau dat de leerling aankan. Er wordt gelet op de beheersing van vaardigheden, maar ook op inzet, motivatie, samenwerking en concentratie. We werken in een groot praktijklokaal met acht verschillende hoeken, verdeeld over de vier sectoren; economie, zorg en welzijn, techniek en groen. De praktische onderdelen zijn: koken, fietstechniek, administratie, magazijn, winkel, huishoudkunde, tuinarbeid, dierverzorging, houtbewerking, metaalbewerking en arbeidstraining.


Organisatie 

Het huidige praktijkonderwijs bestaat uit drie groepen: de onderbouw (leerjaar 1 en 2), een middenbouw (leerjaar 3) en de bovenbouw (leerjaar 4 en 5). In de onderbouw zijn we voornamelijk theoretisch bezig met de algemeen vormende vakken en met de voorbereiding op de praktische vakken en de stage. Bij de praktische vakken komt een veelheid aan vaardigheden aan bod. Deze vakken worden meestal zowel door jongens als door meisjes gevolgd. Zo worden de basisbeginselen van koken, huishoudelijk werk, fietsreparatie en onderhoud van huis en tuin bijgebracht. In de bovenbouw ligt het accent op de praktische vakken, de stage en de daarbij behorende kennisverwerving met het oog op het toekomstig beroep en het behalen van een mbo-diploma.


Mbo-opleidingen 

Naast het praktijkonderwijsprogramma in de eerste drie jaar bieden we leerlingen een mbo niveau 1-opleiding (entree) aan. De entree-opleiding heeft de volgende profielen:

  • zorg-assistent & food
  • techniek
  • handel & verkoop
  • groen


De stage 

Voor veel pro-schoolverlaters is het de laatste jaren moeilijk geworden om na hun schoolperiode een baan te vinden. Gelukkig is het tot heden steeds gelukt onze leerlingen met een baan de school te doen verlaten. Zij behoren tot de groep laaggeschoolden zonder specifieke beroepsopleiding. Om deze jongeren toch een kans te geven op de arbeidsmarkt, hanteert de school de leervorm stage. Onder stage verstaan we dan een leerproces dat in de concrete werksituatie plaatsvindt. Door middel van stage kunnen de leerlingen werkervaring opdoen en hun vaardigheden vergroten. Door middel van een aantal oriënterende stages (klas 3) kunnen zij zich oriënteren op de arbeidsmarkt, waarna een keuze wordt gemaakt in welke richting de leerling verder wil gaan. De keuze is afhankelijk van de mogelijkheden en de voorkeur van de leerling. De leerling, de ouders en de school nemen deze beslissing gezamenlijk. De stagewerving en -plaatsing valt onder de verantwoordelijkheid van de school. Na de keuze volgt de arbeidsvoorbereidende stage, die zo mogelijk overgaat in een (parttime) betrekking. De stage wordt vanuit school begeleid door de stagedocent en op het bedrijf of in de instelling door de stagebegeleider. Tussen hen is er regelmatig contact over het verloop van de stage. De stage begint op ongeveer 15-jarige leeftijd. De leerling gaat dan gedurende een half jaar twee dagen per week op stage. Daarna wordt een nieuwe plaats gezocht. Bij arbeidsvoorbereidende stage wordt de stage verlengd.


De pro-schoolverlater 

Een van de voornaamste doelstellingen is dat we goed opgeleid personeel voor eenvoudig en routinematig werk afleveren. Via scholing en stage proberen we een arbeidsplaats te verwerven. De school begeleidt leerlingen en helpt de ouders bij de overstap van school naar werk of een andere voorziening. Ook komt het voor dat leerlingen een vervolgopleiding volgen die hen beter voorbereidt op de toekomstige arbeidsplaats. De begeleiding vanuit onze school strekt zich uit tot twee jaar na plaatsing op de arbeidsmarkt. De meeste leerlingen wordt begeleid door jobcoaches van Talenta. Talenta is een re-integratiebedrijf dat jongeren begeleidt op de arbeidsmarkt. We hopen dat de overheid deze mogelijkheid laat bestaan. Hierdoor kan de aansluiting op de arbeidsmarkt nog beter verlopen.