Actueel

Aandacht voor de meerbegaafde leerling

Middelburg

 

Hoe lanceer ik een waterraket die hoger komt dan het schoolgebouw? Wat komt er kijken bij het organiseren van een Frans driegangenmenu voor bewoners van een zorginstelling? Hoe verloopt een rechtszaak en ziet de Middelburgse rechtbank eruit? Hoe programmeer ik een robot? Met wat voor soort apparaat zou ik grote hoeveelheden elektrische energie kunnen leveren door zonlicht? Over deze en andere vragen buigen stream 1-leerlingen zich die meedoen met plusprojecten op de locatie Middelburg.

 

We komen ze regelmatig tegen: leerlingen in stream 1 die met het grootste gemak het lesprogramma doorlopen. De zogenaamde meerbegaafde leerlingen. In Middelburg hebben we deze leerlingen op het netvlies en bieden we deze leerlingen de mogelijkheid om wekelijks een aantal lessen te verlaten om aan uitdagende opdrachten te werken.

Voor wie?

Om erachter te komen welke leerlingen in aanmerking komen, hebben we drie dingen nodig: ‘harde’ informatie, gesprek en tijd.

  1. Ten eerste informatie: aan het begin van het schooljaar nemen we de CBO-test af. Deze test laat zien waartoe een leerling in staat is, maar ook hoe het met zijn motivatie gesteld is. Het mooie van deze test is dat ook onderpresteerders eruit gefilterd worden. Naast de CBO-gegevens hebben we na verloop van tijd rapportcijfers. Die zijn ook van belang om te bepalen wie mee kan doen.
  2. Het tweede wat nodig is, is gesprek. Als we leerlingen in beeld hebben, gaan we met hen persoonlijk in gesprek. Het plusteam, bestaande uit zeven docenten, heeft een scholing gevolgd in het voeren van deze gesprekken. De kern van de gesprekken is om te ontdekken wie het kind is, wat zijn sterke kanten zijn en waar zijn uitdagingen en behoeften liggen. Er zijn vaak meerdere gesprekken met een kind nodig om dat te achterhalen. Uiteindelijk ontdekken we dan ook of een kind wel of niet toe is aan plusprojecten. Soms is dat nog niet het geval en moeten leerlingen bijvoorbeeld eerst leren leren, motivatie ontwikkelen, etc. Dat is ook prima. Niet alle leerlingen die meer aankunnen, moeten dat meteen ook doen. Terwijl we aan de andere kant zeggen: je hebt deze talenten gekregen, benut ze dan ook! Behalve gesprek met de leerlingen is er ook overleg met mentoren. Zij hebben een vrij compleet beeld van een leerling en kunnen dus adviseren in het al dan niet laten deelnemen van leerlingen aan plusprojecten. Dit kan betekenen dat leerlingen die zelf gemotiveerd zijn voor plusprojecten toch (voorlopig) niet deelnemen.
  3. Tot slot hebben we tijd nodig. Sommige leerlingen komen pas in de loop van het schooljaar bovendrijven. Zij staan er erg goed voor en hoeven daar niet veel moeite voor te doen. Deze leerlingen komen dan ook in aanmerking om mee te doen met projecten. Andersom kan het trouwens ook. Er zijn leerlingen waarvan tijdens het schooljaar blijkt dat ze beter een pas op de plaats kunnen maken. Ook daar is aandacht voor.

Op vrijwel alle vakgebieden zijn opdrachten ontwikkeld

Begeleiding

Vorig jaar heeft een aantal docenten dat in stream 1 lesgeeft, twee trainingen gevolgd bij de Stichting Leren en Motiveren. Dankzij deze scholing hebben we kennis opgebouwd rond meer- en hoogbegaafdheid en onderpresteren. Maar ook is ervaring opgedaan rond het organiseren van projecten. Zowel kennis als kunde benutten we ook dit jaar om de leerlingen te bieden wat ze nodig hebben. Elke leerling wordt per project gekoppeld aan een van de teamleden. Dit teamlid is de projectbegeleider. Deze begeleider spreekt de leerlingen voor, tijdens en na afloop van een project. Het belangrijkste vinden we niet de kennis die de leerlingen in het project opdoen. Het is mooi dat ze na afloop van een project een aantal woorden Spaans kennen, ontdekt hebben hoe wiskunde in de natuur terugkomt, een relatiegeschenk hebben ontworpen en aan de man gebracht en dergelijke. Maar belangrijker is dat de leerling een realistisch zelfbeeld ontwikkelt, ontdekt waar hij of zij goed in is, moeilijkheden leert overwinnen, creatief gaat denken en samen kan werken met een ontwikkelingsgelijke. Dat is wat de belangrijkste onderwerpen zijn van de begeleidingsgesprekken.

 

De projecten

De projecten zijn heel divers. Op vrijwel alle vakgebieden zijn opdrachten ontwikkeld: kunst, ict, taal, wiskunde, techniek, enzovoorts. Dit jaar zullen er weer nieuwe opdrachten ontworpen worden. Sommige opdrachten zijn levensecht. Zo hebben vorig jaar een aantal leerlingen een relatiegeschenk ontworpen voor een hoveniersbedrijf en dit geschenk ook echt op de markt gebracht. Ook is er een Franse maaltijd gemaakt voor bewoners van Toevlucht. Om niet meer te noemen: er zit ook een opdracht tussen dat leerlingen een rechtszaak bijwonen en ontdekken hoe de rechtbank werkt. Dit soort opdrachten, waarbij een koppeling met de maatschappij gelegd wordt, bouwen we dit jaar verder uit. Er zijn ook andere praktische opdrachten. Leerlingen hebben meegedaan met de LEGO League, maken een kunstwerk volgens een bepaalde techniek of stijl en hebben proeven gedaan met het lanceren van waterraketten. En daarnaast zijn er ook meer theoretische opdrachten, bijvoorbeeld rond de graficus Maurits Escher, duurzaam bemesten, jongerentaal of een ruimtereis. De resultaten van de plusprojecten wordt in een sessie met alle plusleerlingen en soms met de klassen gepresenteerd.

Ouders

De ouders van de leerlingen van klas 1 die in aanmerking komen, worden hiervan op de hoogte gebracht. Ook worden de uitslagen van de CBO-test met ouders gedeeld. Tijdens de projecten worden de ouders door de projectbegeleider, die aan een bepaald projectgroepje gekoppeld is, geïnformeerd over de voortgang.

Tot slot

De aandacht voor meerbegaafde leerlingen biedt Walcherse ouders de mogelijkheid om hun kind op het ‘eiland’ onderwijs te laten volgen, terwijl tegelijkertijd tegemoetgekomen wordt aan de ontwikkelingsbehoeften van dat kind. Concreet: ze kunnen met hun oud-klasgenoten meefietsen en komen bij bekenden in de klas, terwijl ze op bepaalde momenten wel een stukje extra uitdaging krijgen dankzij de plusprojecten.