OnderbouwOnderbouw

De juiste plek 
Wij willen leerlingen graag zo snel mogelijk op de juiste plek in het onderwijs krijgen. Tijdens de twee jaren in de onderbouw wordt voor elke leerling op diverse momenten en manieren onderzocht wat de beste vervolgweg is. In maart van het tweede leerjaar wordt op grond van een schooladvies door de ouders en de leerling een definitieve keuze gemaakt over de vervolgweg na klas 2. Daarbij wordt ook een tweede keus aangegeven in geval dat de overgang de eerste keus onmogelijk maakt. Voor heel de school geldt dat het mogelijk is tot 1 april vakkenpakket- en/of vervolgkeuzes aan te geven. Keuzes na 1 april kunnen alleen als ‘wens’ worden neergelegd en worden alleen gehonoreerd als de organisatie dat toelaat.

Advies vervolgweg
Het advies voor de vervolgweg komt tot stand op basis van niet alleen scores maar ook leerlingkenmerken. In de loop van de tweejarige onderbouwperiode zijn hierover gegevens verzameld. Voorbeelden van leerlingkenmerken zijn werkhouding, zelfstandigheid en omgaan met huiswerk.

Maximale verblijfsduur
Deze maximale verblijfsduur is gesteld op vijf jaar. Dit betekent dat een vmbo-leerling in maximaal vijf jaar zijn vmbo-diploma behaald moet hebben. Voor havo-, -atheneum en gymnasiumleerlingen geldt dat zij maximaal vijf jaar mogen doen over de eerste drie leerjaren. In overleg met de inspectie kan in individuele gevallen ontheffing worden verkregen van deze maximale verblijfsduur.

Overstappen mogelijk
Tussentijds overstappen naar een andere stream is mogelijk. In principe vindt op- en afstroom plaats na een rapportenvergadering, zodat er een duidelijk advies van de docenten aan ten grondslag ligt. De mentor is de eerstverantwoordelijke om, wanneer hij of zij signalen ontvangt dat op- of afstroom wenselijk zou zijn, dit in te brengen tijdens de rapportvergadering. De mentor verzorgt ook de contacten met de ouders. Indien de ouders zelf het initiatief willen nemen om op- of afstroom bespreekbaar te maken, kunnen zij contact opnemen met de mentor.

Welke vakken?
Tijdens de tweejarige onderbouwperiode krijgen de leerlingen tenminste les in de volgende vakken: godsdienst, Nederlands, Duits, Engels, geschiedenis, aardrijkskunde, wiskunde, natuur- /scheikunde, techniek, economie, verzorging, muziek, beeldende vorming en lichamelijke opvoeding. Daarnaast wordt in stream 1 en 2 een derde moderne vreemde taal, Frans, aangeboden, op het gymnasium Latijn en vanaf het tweede leerjaar Grieks. Behalve deze twee uitzonderingen wordt dus in alle streams lesgegeven in dezelfde vakken of vakkencombinaties.

In het praktijkonderwijs zijn ontwikkeling van praktische vaardigheden en het toeleiden naar een plaats op de arbeidsmarkt belangrijker dan de normale schoolvakken. Wel krijgen de leerlingen les in een paar kernvakken, waaronder godsdienst, rekenen/wiskunde en Nederlands. Ook wordt veel aandacht besteed aan sociale vaardigheden. Het praktijkonderwijs is sterk afgestemd op de individuele mogelijkheden van elk kind.