NieuwsNieuws

AKA-MBO-groep op excursie in Belgie


Met acht leerlingen die de AKA-opleiding binnen het praktijkonderwijs volgen, op excursie naar een evangelisatiepost in Merksem en het Fort van Breendonk in Willebroek! Een afsluiting van het project ‘Christen en burger’, waarbij het thema ‘Omgaan met andersdenkenden’ centraal stond. Het werd een boeiende, indrukwekkende en leerzame dag. (FOTO'S: zie onder)

Bezoek aan evangelisatiepost

We vertrekken op 4 oktober in twee busjes naar België. We worden hartelijk ontvangen door evangelist Van Setten met koffie , thee, fris en iets lekkers. Daarna doet hij uit de doeken wat er zoal plaatsvindt op zijn evangelisatiepost. Als de heer Van Setten begint te vertellen, dan weet hij de leerlingen al gauw te boeien en ‘los’ te krijgen. Hij vertelt over allerlei roomse tradities die nog steeds levend zijn in België. Bijvoorbeeld het inzegenen van koeien, paarden, honden en marmotten door de pastoor met een wc-borstel (aldus Van Setten).

Hoe hij te maken krijgt met Jehova-getuigen en Mormonen die België ook als evangelisatiegebied zien. Over mensen die in aanraking zijn gekomen met de satanskerk en daardoor helemaal in de macht van satan zijn geraakt. Hij geeft het voorbeeld van een vrouw die bij hem binnenkwam. Hij kon de naam van de Heere Jezus niet noemen of ze begon te kokhalzen. Als ze per ongeluk haar hand op de Bijbel lag, dan brandde ze zich daaraan. De blaren waren volgens Van Setten op haar handen te zien. Over het occultisme dat zo`n grote plaats inneemt in dat land. Op 31 oktober is dat met Halloween weer duidelijk te zien. De dagen daarna is het dan Allerheiligen en Allerzielen. Zelfs gemeentelijk wordt daar aandacht aan besteed door bijvoorbeeld lijkachtige figuren in het stadsbeeld op te hangen, bijvoorbeeld aan een brug. Het symbool van Halloween is een doodshoofd. In ons volgende bezoek (lees verder) zullen we daar opmerkelijk genoeg ook kennis mee maken, maar dan als symbool van de SS.

We zijn bij evangelist Van Setten duidelijk in een huis van God, waar de strijd tegen satan wordt aangegaan met als belangrijkste middel Woord en gebed. De moeite van het bezoeken zeker waard!

Bezoek aan Fort van Breendonk

We gaan nu naar ons volgende adres; Het Fort van Breendonk, een huis van satan. Wat is het Fort van Breendonk? Het is gebouwd tussen 1909 en 1914 als een militaire vesting die deel uitmaakte van een fortengordel rond Antwerpen. Tijdens de Eerste Wereldoorlog werd het fort zwaar beschoten en gedeeltelijk vernield. Na de Eerste Wereldoorlog werd het vooral gebruikt als wapenopslagplaats en voor opslag van legeruniformen van het Belgische leger. Vanaf de Tweede Wereldoorlog heeft het dienst gedaan als doorvoerkamp voor Joodse gevangenen, politieke gevangenen en verzetstrijders. Het kamp stond onder leiding van de SS, met als symbool de doodskop. In totaal hebben ongeveer 3500 personen, waaronder een dertigtal vrouwen, hier gevangen gezeten. Ze werden verwelkomd met de ‘vriendelijke’ groet: ‘Welkom in de hel’. Ongeveer de helft van deze 3500 mensen heeft dit kamp niet overleefd. De meesten van hen zaten hier gedurende drie maanden en werden dan op transport gezet naar een vernietigingskamp in Duitsland of Polen.

De gevangenen kregen karig voedsel en moesten dwangarbeid verrichten. Die dwangarbeid bestond vooral uit het afgraven van tonnen zand die over het fort heen lagen. Dit moest gebeuren met de schep en kruiwagens. Als mensen even de rug strekten of niet meer verder konden, werden ze geslagen, geschopt en opgejaagd als vee. Er werd een voorbeeld genoemd van een man die doodgetrapt werd. Vervolgens moesten alle gevangenen langs hem heen lopen om te zien wat er gebeurde als je ‘niet goed doorwerkte’. Zo werden ons nog veel meer gruwelen verteld en getoond. We mochten ook in de martelkamer kijken. We kunnen alles niet hier vertellen. Het is zeker aan te raden om dit fort zelf eens te bezoeken. De mensen waren er een nummer, ze waren ‘niemand’, ze hadden niemand die hun hielp. Ze moesten overleven, hun motto was: ‘Laat je maar slaan, maar let erop dat je je eten in ieder geval krijgt’. Want niet eten betekent de dood. En toch was ook daar, midden in die helse omstandigheden, De Enige Helper aanwezig:

In een van de isoleercellen is in de kalk met een keitje een muurtekening aangebracht. Het stelt een Christusfiguur voor. Dit behoeft geen verdere uitleg.

mw. W.A. Boone-Scheele
docent

Verslag van een van de leerlingen:

We zijn begonnen in de klas en daarna zijn we in de auto’s gestapt en toen zijn we naar België gereden. Bij de evangelisatiepost in Merksem aangekomen, stond meneer Van Setten al op ons te wachten en kregen we wat te drinken. Hij heeft in het kort verteld wat zijn werk is. Ze hebben daar ook gewoon twee zondagse diensten, maar ze zijn korter als bij ons, vertelde hij. En ze zitten er maar met een veertig man in die kerk en na de dienst doen ze nog een nabespreking. Ze doen ook allerlei activiteiten, ontbijt en een morgen in de week vrouwenmorgen. Ze hebben ook een kledingwinkel. Daar mag je eens in de maand om kleding. Daar mag je drie stuks halen, maar daar heb je ook een pasje voor nodig. Dan sta je ook geregistreerd in de computer. De kleding word in Krabbendijke gesorteerd en dan gaan ze naar al de evangelisatieposten.

Later die dag zijn we naar het Fort van Breendonk gegaan. Daar stond er ook een gids op ons te wachten. Hij vertelde ons hoe de Duitsers aan dat fort kwamen en wat ze daaraan hebben gedaan. Ze sliepen met 48 man op een kamer en op een bepaald moment ging het licht uit en dan moest je gaan slapen. Naar de wc kon je toen niet meer. De volgende ochtend kwam een soldaat je wekken en dat ging niet zacht. En toen moest je gaan werken; 12 uur op een dag. Het eten dat je kreeg, was ook niet veel. Het was in de ochtend, als je uit bed kwam, 200 gram en in de avond, als je klaar was met werken , kreeg je 250 gram. We hebben ook nog uitleg gehad over de SS. Er waren ook twee landverraders, maar die zijn aan het eind van de Tweede Wereldoorlog geëxecuteerd .
Als ze daar aankwamen, moesten ze twee uur lang met hun neus tegen de muur gaan staan en als je dat niet deed werd je in elkaar geslagen. En als je op de binnenplaats moest staan, moesten je tenen op gelijke lijn staan als die van de buurman en als dat goed was moesten je hielen ook goed staan. En die staan nooit goed, want iedereen heeft een ander maat.

Maurice Nieuwdorp